Volgers

dinsdag 10 januari 2012

Muis


Onze zolder is ondanks alle isolering een aantrekkelijke plaats voor ongedierte en wel muizen. Eigenlijk heb ik totaal geen hekel aan muisjes (=vooral gestampte). Waarom zou ik de vissen in mijn vijver en de vogels wel voeren en de muizen niet. Een beklemmende vraag die ik zeker eens aan Marianne Thieme moet voorleggen.
Helaas houden muizen zich niet aan de afspraak. Zo hebben ze een dure broek van mij als nestmateriaal gebruik. Net zoals een originele pers. Mijn boekhouding vond ik minder erg. Daarentegen is het opruimen van muizenkeutels in een smalle bedompte ruimte niet bepaald mijn hobby. Kunnen ze dat niet ergens anders doen?
Dat heeft me gedwongen tot drastische maatregelen. Enige jaren geleden kwam ik in Spanje muizenvallen tegen.(una trampa para ratones) Het bijzondere daaraan is dat het ding van kunststof is en er een stofje opzit waar muizen dol op zijn. Mocht er een muis in komen te zitten, dan wordt er direct een plaatsje vrij gemaakt in de muizenhemel en is de val direct weer bedrijfsklaar. Intussen heb ik zo'n dertig muizen naar de eeuwige jachtvelden mogen sturen. Een enkele maal gaat het echter niet zoals het bedoeld is.
Een keer vond een steenmarter de muis in de val een smakelijk maaltje, zodat ik alleen de vacht mocht opruimen. En kortgeleden hoorde ik een vreemd gerammel toen ik het licht uit wilde doen op mijn schrijfkamer. Eerst lette ik er niet zo op, maar toen ontwaardde ik vlak voor mij voeten een muis die met een pootje tussen de val zat en met zijn andere drie poten de val versleepte.
Op zo'n moment krijg ik medelijden. Ik opende de val en de muis schoot de open trap op en bleef op een van de treden steken. Mijn grijze massa werkte op topniveau (Daar ben ik soms zelf verbaasd over.) De oplossing kwam snel. Ik haalde de plastic zak uit mijn kunststof prullenbak en hield die schuin tegen de traptrede. Zo kreeg mijn kleine vriend de mogelijkheid op te ontsnappen. Zodra hij in de prullenbak zat, hield ik die weer recht en spoedde mij naar beneden, waar ik hem of haar in de tuin zijn vrijheid hergaf. Als hij of zij een hoedje had opgehad, had ze die waarschijnlijk afgedaan.


Kleine muisjes hebben kleine wensjes,

beschuitjes met gestampte mensjes. 

donderdag 15 september 2011

Familiegeschiedenis

Cornelis Verkleij en Andriana Smorenburg
Jaren geleden kreeg ik van een oud tante een houten lijstje met daarin een vergeeld prentje achter glas met in het midden een altaar waar bruidjes de communie krijgen uitgereikt. Langs de zijkanten staan religieuze teksten in het Frans en onderaan in het Nederlands :
Ter Gedachtenis Uwer Eerste H. Communie
te Loenersloot den 4 October 1853
Adriana Smorenburg. Het is een van mijn overgrootmoeders. Zij is geboren in Loenen aan de Vecht op 10 maart 1840. Als ze 24 is trouwt ze in Loenen aan de Vecht op 9 september 1864 met Cornelis Verkleij , een rijke boer. Dat blijkt uit het testament dat ik van hen heb en een foto van de boerderij die ik jaren geleden na enig speurwerk heb gemaakt. Ze kreeg zeven kinderen, waarvan mijn oma de tweede was.

 Adriana werd slechts 39 jaar. Ze overleed op 17 februari 1880 in Utrecht.

dinsdag 13 september 2011

Verjaardag perikelen

Hè, hè, we hebben het weer overleefd. Gisteren hebben we onze verjaardagen gezamenlijk gevierd. En daar komt toch het nodige voor kijken. Drank, snacks, hapjes, taart, stoelen. Het huis spic en span. 's Middags komen de kleinkinderen met hun mama. Mijn kleindochter legde me haarfijn uit hoe je Pet Party uit Hyves kon spelen. (Ja, als je al niet weet wat Hyves is, dan heb je pech, want dat ga ik hier niet allemaal uitleggen.) Ze deed dat net zo als andere kleinkinderen iets uitleggen over de computer aan hun opa en oma: 'Nou dan klik, hierop en dan daarop en dan krijg je punten. En je moet complimentjes uitdelen. Het bleek dat ik al een huis en een tuin had, waar mijn kleinzoon al vijf keer aan het werk was geweest. Daar heb ik nooit iets van gemerkt. Wat ik van de uitleg heb overgehouden is, dat je leert met geld om te gaan, want als je dat niet hebt, kun je niets kopen. Een stelregel die in de echte wereld ook van toepassing is, maar die door de laatste generaties wel wat minder wordt toegepast. En een complimentje uitdelen is ook nooit weg. Op welke knopjes ik moet klikken, zal ik nog wel eens uitzoeken.
Maar terug naar de feestelijkheden. Rond een uur of acht verwachtten we de eerste gasten, maar er was een vrachtwagen omgekukeld op de A 50 met als gevolg dat er rond Arnhem geen doorkomen aan was. Mijn zwager en zus die in Gendt bivakkeren, raakten in Duiven het spoor bijster toen de overweg geblokkeerd was. Hoe kom je nu bij die andere overweg. Na drie kwartier zoeken, lukte ze dat. Rond een uur of negen was eenieder binnen. Handjes schudden. 'Nee, zoen maar niet want ik ben verkouden.' Cadeaus aan- en uitpakken."O, ja wat leuk." Dan komt de koffie met gebakronde. 'Wat wil wil je appel citroen of rijstevlaai.' Met commentaar omdat ik het niet zelf gemaakt heb. De horecatechniek om verschillende bestellingen te onthouden, gaat steeds meer verloren. Dat betekent extra heen en weer hobbelen. Bij de tweede ronde een dikke bonbon. Ondertussen zit iedereen gezellig met elkaar te kletsen en loop jij het vuur uit je sloffen. Dan komt de de drank. Er wordt heel wat minder gezopen dan vroeger. Dat scheelt natuurlijk wel. Nu komen de zoutjes, nootjes en andere krakdingen op tafel. Ondertussen ben ik druk bezig om de vaatwasser uit- en in te ruimen. Hebben ze hun eerste glaasje al leeg? Tijd voor het eerste rondje kaas, worst, rookvlees en ei. Effe meepraten en dan weer vooruit met de geit. De schuifpui open, want met al die lijven begint het aardig warm te worden. Drankjes bijschenken en dan weer een rondje kaas en worst. Tegen een uur of elf komen de gehaktballetjes met een pittig sausje. 'Ze zijn lekker, wat heb je erin gedaan?' Ach, dan ben ik net Karel Appel, je flikkert er maar wat in wat voorhanden is en mijn kruidenkast is aardig groot, omdat ik van iedereen de potjes krijg waar ze niet mee weten wat te doen. Een paar knoflooktenen erbij en iedereen zit te smullen. Tijd om op te stappen, want iedereen moet op tijd op voor zijn job of vrijwilligerswerk. Tijd voor de GROTE SCHOONMAAK. De stoelen weer naar boven, de glazen en ander ongerief naar de keuken. De flessen opruimen. Helemaal redt ik het niet en morgen komt er weer een dag. Dus ga ik horizontaal en ben binnen vijf minuten vertrokken. ¡Hasta manaña!

woensdag 17 augustus 2011

Vlierbessensap

Het is intussen weer een hele tijd geleden dat ik mijn zieleroerselen aan het papier heb toevertrouwd. Telkens denk ik: daar ga ik wat over schrijven. Maar zoals het met de meeste gepensioneerden gaat, we komen tijd tekort. Vandaag moet het er toch echt maar van komen.
Zoals ik gisteren al op Feesboek meldde, heb ik gisteren vlierbessen geplukt. Vorig jaar was ik te laat en dan erger ik me een winter lang aan het gebrek. De aanleiding om te gaan plukken lag in de maandagmorgen. Zo'n vijftien keren per jaar ga ik op de Horsterhof helpen met groenten inpakken voor de abonnementen. Langs de akkers van de boerderij staan vlieren en ik zag dat ze vol met bessen zaten. Zo toog ik dinsdag met de HEMA bak (handig ding!) achter op de fiets richting de boerderij tot ik een boodschappentas goed gevuld had. De tweede tas vulde ik bij het Gmundenpark, ook al vlak bij mij. Met twee tassen in de bak huiswaarts, waar het echte werk begon. Met een vork de besjes van de bloemschermen ritsen. Kort gezegd een pokkenwerk. Een uur of drie niks anders dan ritsen. Ondertussen kroop er allerlei ongedierte uit. Een spin en wel een stuk of vijf oorwurmen. Ze renden regelrecht de spoelbak met water in. Dat gaf mij de gelegenheid voor mijn dagelijkse goede daad. Met een theezeefje redde ik ze van de verdrinkingsdood. Vlierbessen bevatten veel tannine en dus moet je er zo weinig mogelijk steeltjes en geen onrijpe bessen bij hebben. Onrijpe bessen blijven boven drijven dus die viste ik ik er ook uit met het theezeefje. Intussen was het vijf uur en werd het etenstijd. De bessen gingen in twee grote pannen met een deksel erop. De rest van het werk heb ik tot vandaag uitgesteld. Vanmorgen kon ik meteen weer aan de slag. Eerst de schort voor, want met vlierbessensap kleurden ze vroeger de wijn bij. Als je het in je kleren krijgt, krijg je vast ruzie met wederhelft.
Op school heb ik eens vlierbessenwijn met mijn leerlingen gemaakt. De wijn ging in Raak flessen. (=verdwenen frisdrank) Daarvan kon je de kunststof dop losdraaien. Ik vertelde dat ze regelmatig de dop even los moesten draaien om het koolzuur te laten ontsnappen. Een van de leerlingen deed dat thuis boven de vloerbedekking in de huiskamer. Dat was niet zo'n goed idee. :_((
Toen ik de keukenkast opentrok meldde zich meteen een oorwurm. Het was mooi weer de schuifpui stond open en met een vaardige zwiep mocht hij verder in mijn tuin dollen. Hoe maak je lekker vlierbessensap? Nou, daarvoor struin je internet af en kom je tot de volgende kruiderijen: steranijs, kruidnagel, kaneel, citroen, en per liter 500 g suiker. Zelf heb ik er nog gember bijgedacht. Alles opzetten zonder de suiker. Het zaakje aan de kook laten komen, zeven en de bessen uitdrukken. De uitgedrukte bessen heb ik nog een keertje met wat water opgezet.  Zo had ik acht liter bij elkaar. Die heb ik weer opnieuw aan de kook gebracht met de suiker. Vervolgens zo heet mogelijk overscheppen in schone potten. Het deksel erop en op z'n kop zetten op een oude handdoek. (Als het lekt krijg je weer ruzie). Het resultaat mag er zijn. 16 potten. Wat doe je er dan mee? Het is een heerlijk drankje voor het naar bed gaan. Je gebruikt het als limonade. Een scheutje onderin een glas en heet water erop. Verder gebruik ik het in de rode kool i.p.v. rode wijn. Een scheut in een stoofpotje is ook lekker. En je kunt er ook pudding van maken, of als een sausje over je pudding.  O, ja, voor ik het vergeet. Je moet ook nog de keuken schoonmaken. ... wat een zootje! Nou ja deze winter geen ergernis over het gemis van vlierbessensap.
Om het luie zweet eruit te krijgen ben ik vervolgens naar de sportschool gegaan. Mijn conditie is nog steeds ijzersterk. Morgen weer koken op de Wilg. Nog twee weken en dan gaan ze verhuizen naar een nieuwe locatie. Ik zal mijn keuken missen!

vrijdag 17 juni 2011

Zaterdag 11 juni
Gasthof zur Post
Om half acht wordt ik gewekt door mijn biologische klok en bereiden ons voor op 800 kilometer autobaan richting Hochstadt an der Aisch, waar we vorig jaar op de terugweg ook geslapen hebben bij Gasthof zur Post. Onderweg geen regen van betekenis, geen ongelukken, geen files. Tomtom Truus leidt ons zonder problemen naar onze bestemming. We krijgen een kamer op de derde verdieping en geen lift. Daar moeten we de volgende keer aan denken, want mijn teerbeminde had in Portese genoeg trappen gelopen. In de Gastwirtschaft genoten we een Schweineschnitzel und Rotbarsch ( € 7,- !) mit Beilagen en een flinke pot bier.
Een wandeling door het plaatsje leert ons, dat er veel toerisme is, afgaande op de hoeveelheid Gastenzimmer en verder horeca. De meeste huizen stammen uit de Middeleeuwen. Op de toren van een hoog gebouw zetelt al meerdere jaren een ooievaarspaartje.
Lekker slapen en morgen gezond weer op.

zondag 12 juni
Na een stevig en uitgebreid ontbijt gaan we voor de laatste 515 kilometer. Rond half drie rijden we de van der Goesstraat weer in.
Oost, west, thuis best.

Komkommertijd

Donderdag 9 juni
Een beetje aarzelend, maar toch... Ondanks de deplorabele weersvoorspelling schijnt de zon. We keren langzaam terug tot de levenden. Gisteren kon ik de slaap niet vatten. Ik heb het kwart voor twee zien worden. Intussen lag ik te bedenken dat ik ook nogal wat informatie van mijn oma heb en dat ook verder uit zou kunnen werken. En verder spookte een oud liedje door mijn hoofd waar ik nogmaar enkele regels van ken: 'Op een vlot van houten planken dreef de katholieke jongensschool. Jongens hingen uit de banken, lapten 't leren aan hun zool. Refrein: En temidden van die rommel, rommel, dreef de torenspits van (Zalt)bommel. 2X' 't Heeft dus iets te maken met een overstroming. Leuk om uit te zoeken. En zo hield ik mezelf wakker. De dag begon dus lekker rustig en we besloten 's middags met de auto naar Saló te rijden. De auto te parkeren bij de supermercato en een wandeling te maken met als eindstop de lunchroom van Vassalli. Alle kleedjes en kussens naar binnen, want 't zou kunnen gaan regenen. Paraplu's in de auto en vooruit met de geit. 'Zullen we een paraplu meenemen?', opperde ik nog, maar vergat hem prompt mee uit de auto te nemen. Bij Vassalli hebben we cappuccino met gebak gegeten. O, jongens wat was dat lekker. Patisserie, ijs en koffie kun je meteen gerust hart aan de Italianen overlaten. We waren 12 euro kwijt, maar dat was het meer dan waard. Toen we ons weer in het strijdgewoel mengden. vielen de eerste druppels. 'Je loopt de verkeerde kant uit', probeerde ik nog, maar je weet (of misschien niet) hoe hoe het vrouwelijk geslacht kan zijn: niet naar goede raad willen luisteren en met de neus in de wind ijzeren Heinig doorlopen. 't Ging een tijdje goed, totdat de bui losbarstte. Gelukkig zaten we droog onder een arcade. Mijn aanvallige reisgenote kocht om de tijd te doden de Telegraaf.
Dat was schrikken! Het stond een beetje verstopt, maar op de pagina 'Buitenland' stond het rampbericht: KOMKOMMER GEVONDEN NA HUISZOEKING. Daar staat je verstand bij stil. Hoe is het mogelijk! 'Het leken zulke nette mensen', wisten de buren. Soms kan je je je danig vergissen. Verstopt in het keukenkastje vonden ze ook nog een bloemkool, zes spruitjes en vijf kilo aardappelen. Dat mensen zo diep kunnen zinken! Vermoedelijk ging het om islamitisch stemvee waarvan een met een kopvod. 'Hij is voor eigen gebruik, jammerden de op heterdaad betrapte daders nog. Maar daar trapte het overval commando niet in. 'Dat tuig dat kopjes thee drinkt met Job Cohen. Ik had het kunnen weten', liet commissaris Bullebak weten.
Na dit rampbericht, was ik hard toe aan een hartversterker. Door de hoosbui vluchten we een horeca etablissement binnen, waar ik me laafde aan een glaasje vino rosso. Toen de veerboot een scheepslading Britse bejaarden loste, die en masse de stoelen bezetten, was voor mijn doortastende echtgenote de maat vol. Ze rekende af, kocht resoluut een paraplu voor tien harde euro's en wij bliezen de aftocht, de oudjes in verbijstering achterlatend. Als overjarige Benidorm Bastards samen onder moeder's paraplu geklemd, spoeden we ons over de glimmende kasseien, door de verlaten stegen en sloppen naar onze glanzende bolide. Daar kreeg hij (de paraplu) een ereplaats bij de andere vier, indachtig het spreekwoord: 'Eerst gedaan en dan gedacht heeft menigeen in leed gebracht'. (=Wie z'n hersens niet gebruikt, moet z'n portemonee trekken.)
Thuisgekomen scheen de zon, kwinkeleerden de vogeltjes en ging mijn lief ijverig aan de schoonmaak en ik aan mijn verslag. 'Maar morgen doe jij de keuken en het toilet', zei ze enigzins ontstemd. Daarna reden we voor de laatste keer richting Baia de Vento voor ons galgenmaal. Het einde komt in zicht.
Nog twee nachtjes slapen.
De groeten van hardwerkend Nederland en tot morgen.
Henk en Ingrid